Nieuws

Nederland, een land van helpers?

Deze week was het precies 50 jaar geleden dat de VN de internationale norm voor ontwikkelingssamenwerking introduceerde. 0,7% van ons BNP zou moet worden gereserveerd om economische groei in ontwikkelingslanden te stimuleren. Dit idee was afkomstig van de Nederlander Jan Tinbergen, die in 1969 de nobelprijs voor de Economie kreeg uitgereikt.

Nederland, een land van helpers?

We zijn een eind gekomen met uitbannen van honger en armoede. Maar nu we in een mondiale, drievoudige gezondheid-, klimaat- en economische crisis zitten, moeten we een tandje bijzetten. Dat is ook in ons eigen belang. Het welzijn van honderden miljoenen mensen staat op het spel. Aan politici de taak om internationale verantwoordelijkheid te tonen. En dan is het momenteel in Nederland eerder behelpen, in plaats van ruimhartig helpen.

De consequenties van de COVID-19 pandemie zijn enorm. Wereldwijd zullen naar verwachting een half miljard mensen opnieuw in armoede terecht komen. 400 miljoen banen zijn al verloren gegaan en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) schat dat meer dan 430 miljoen kleine ondernemingen gevaar lopen failliet te gaan. De Wereldbank waarschuwde dat de wereldwijde recessie decennia van vooruitgang in ontwikkelingslanden kan vertragen. 

De Nederlandse regering heeft natuurlijk als eerste prioriteit om Nederland door de crisis te loodsen. Dat is op zich al een pittige opdracht, maar ze weet ook dat COVID-19 niet ophoudt bij de nationale grenzen. De verspreiding niet, en de gevolgen voor onze hulp en handel ook niet. De dreiging van de pandemie zal pas stoppen, als we die over de hele wereld bestrijden. Maar ziet het kabinet die dreiging ook?

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) becijferde dat er voor internationale bestrijding een miljard vanuit de regering nodig zou zijn. Het kabinet stelde daarop 250 miljoen euro beschikbaar. Een schamele post voor de bestrijding van corona wereldwijd. En een schijntje in vergelijking met de noodpakketten die voor het steunen van de Nederlandse economie zijn uitgetrokken.

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking voor 2021. Ze financiert deze begroting met geld dat in de komende jaren nog moet worden terugverdiend: een onzeker scenario waarbij Nederland nog maar 0,55% van het BNP reserveert voor ontwikkelingssamenwerking, en dit percentage gaat zonder extra investeringen de komende jaren verder omlaag. Daarmee verzaakt Nederland zijn internationale verantwoordelijkheid van 0,7%. Tinbergen zou hoofdschuddend hebben gekeken naar deze ontwikkelingen. 

Deze zorgwekkende dalende trend van ons hulpbudget moet een halt toegeroepen worden. Anderen helpen, ook als je het zelf moeilijk hebt, is juist iets om trots op te zijn. We leven in een tijd waarin hulp ons allemaal helpt. Waarin we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Zijn we een land van helpers? Of zakken we af naar een land van behelpers? 

Kees Zevenbergen (Cordaid), Sybren Attema (ICCO) en Michiel Servaes (Oxfam Novib)